Gebeurtenis Covid-19 en Geschiedenis

Een explosie van creativiteit

De opkomst van kunstateliers voor mensen met een verstandelijke beperking

Twee giraffen, door Martin Luhulima

Johan van Schaik en Martin Luhulima werken al lang in het kunstatelier van zorginstelling Abrona in Huis ter Heide. Martin schildert graag dieren, van vogels tot edelherten en van vlinders tot giraffen. Hij heeft op die manier een geheel eigen stijl ontwikkelt. “Ik werk het liefste met pastelkrijt. Mijn specialiteit is mijn vaste hand. Dat is niet iets wat je zomaar leert, daar heb ik gewoon talent voor,” vertelt hij. Johan schildert het liefst brandweerauto’s. Maar ook schilderen in de vroegere stijl van Van Gogh doet Johan graag. Allebei hebben ze al vele schilderijen gemaakt, waarvan een groot deel ook op exposities tentoongesteld is. Daarnaast zijn vele van hun kunstwerken verkocht in de winkel Bij Johannes in Zeist. Als inspiratie gebruiken ze vaak andere kunstwerken of afbeeldingen uit boeken. De voorloper van het atelier van Abrona was in 1975 het eerste kunstatelier voor mensen met een verstandelijke beperking in Nederland.

Een korte geschiedenis

Het gebouw van de Johannesstichting in de periode 1928-1930. Foto: Het Utrechts Archief.

In 1928 werd in de bossen bij Huis ter Heide de Johannesstichting opgericht die plaats bood aan mensen met een beperking. Tijdens de jaren vijftig en zestig veranderde het idee hoe men moest omgaan met mensen in deze inrichtingen. Ook in Johannesberg was deze maatschappelijke verandering merkbaar. Er werd meer aandacht besteed aan de individuele behoeften van de bewoners. Gedurende deze tijd werd er een sociale werkplaats opgezet. Het werk dat hier gedaan werd bestond meestal uit activiteiten als het inpakken van artikelen. Het bestuur van Johannesberg besloot om ook andere vormen van dagbesteding aan te bieden. Om de nieuwe visie te benadrukken werd de naam van Johannesstichting veranderd in Sterrenberg.

Max Timmerman

De advertentie in de Volkskrant van 26 juli 1975 met een vacature voor een 'funktionaris kreatieve handvaardigheid'.

In 1975 reageerde de 25-jarige Max Timmerman, afgestudeerd aan de kunstacademie van Enschede, op een advertentie in de Volkskrant voor een ‘funktionaris voor kreatieve handvaardigheid’. In een documentaire over de geschiedenis van Sterrenberg vertelt Timmerman dat hij prompt werd aangenomen. “Dus heb ik een ruimte geclaimd en ingericht als atelier. Met schildersezels en potten verf, lekker ruikend, allemaal dingen die een appel doen op je creativiteit. En wat er toen gebeurde: onvoorstelbaar! Het was een explosie van creativiteit. Alsof jarenlang die verhalen hadden liggen wachten op een niet-verbale taal om dat verhaal te verbeelden. Een grote explosie van creativiteit, geweldig!” In een interview met Trouw uit 1995 vertelt hij dat het idee dat mensen met een verstandelijke beperking ook hun kunstzinnige vermogens verder moesten kunnen ontwikkelen in die tijd volstrekt nieuw was. In 1977 richtte Jo Vossen een vergelijkbaar kunstatelier op in De Hoeve in Laren. In datzelfde jaar werd de eerste tentoonstelling met kunstwerken gehouden in het Singer Museum in Laren. 

De aandacht voor kunst door mensen met een verstandelijke beperking in de media groeide. Maar op een kunstconferentie in Rotterdam in 1981 merkte Timmerman dat er maar één lezing over dit onderwerp werd gehouden. Op twee landelijke bijeenkomsten in 1983 en 1984 merkte Timmerman ook dat het idee van kunstzinnige vorming van mensen met een verstandelijke beperking nog omstreden was onder vakgenoten. Hij besloot om meer aandacht voor deze kunst te generen en begon met het publiceren van artikelen. In 1994 publiceerde hij het boek Ik ben een artiest, het eerste boek over dit onderwerp dat in Nederland werd uitgegeven. In dit boek schrijft Timmerman over de geschiedenis van kunstateliers voor mensen met een verstandelijke beperking en over zijn ervaringen sinds het opzetten van het kunstatelier Sterrenberg. In het boek zet Timmerman zijn idee uiteen over ‘oorspronkelijke beeldende kunst’. Hieronder verstaat hij de unieke manier waarop mensen met een verstandelijke beperking zich in de visuele kunsten kunnen uitdrukken.

Het boek van Max Timmerman, het eerste in Nederland over kunst door mensen met een verstandelijke beperking, uitgeverij Intro 1994.

Exposities

Vanaf de jaren tachtig nam ook het aantal exposities met kunst van mensen met een verstandelijke beperking toe en kwamen er nieuwe organisaties op. De eerste grote tentoonstelling, ‘Oorspronkelijk’, werd in 1986 gehouden in het Van Reekum museum in Apeldoorn, georganiseerd door kunstatelier Sterrenberg. Deze expositie werd opgevolgd door de nog grotere tentoonstelling ‘Zonder Omweg’ in het Singer Museum in Laren in 1992 en de reizende tentoonstelling Het Gezicht. Ter gelegenheid van deze tentoonstelling werd er een catalogus gepubliceerd waarin de kunstenaars en hun kunstwerken werden gedocumenteerd. In 2008 werd de Stichting Special Arts Nederland opgericht, die de uitleen van kunstwerken organiseert. In 2014 waren er 174 kunstinitiatieven in zorginstellingen in Nederland.

Reclame voor de expositie 'Project 12' uit 1992 in Utrecht. Het afgebeelde werk is van Max van de Bruinhorst, werkzaam in atelier Sterrenberg. Foto: Max Timmerman

 

Ook het werk van Johan en Martin is een aantal keer tentoongesteld geweest, recent onder andere in Slot Zeist en Amersfoort. Een bijzondere expositie was die in het Rijksmuseum in 2013. “We zijn toen met een VIP-bus naar Amsterdam gereden. Eerst hebben we gegeten en daarna een rondleiding gekregen. Dat was leuk. Daarna zijn onze schilderijen tentoongesteld,” vertelt Martin. Deze schilderijen waren interpretaties van de bekende Hollandse meesterwerken. En wat is er nou zou leuk aan het schilderen in het atelier? Johan vindt het leuk dat je in opdracht kan werken en dat het product uiteindelijk verkocht kan worden in de winkel. Ook gemeentes, stichtingen en bedrijven behoren regelmatig tot de opdrachtgevers. In de kerstperiode krijgen ze bijvoorbeeld de opdracht om kerstkaarten te maken. 

Een aantal kunstwerken die gemaakt werden ter gelegenheid van de expositie Hollandse Meesters in 2013. Foto: Atelier Abrona

Outsider Art

De kunst die Timmerman onder de aandacht bracht wordt in kunstkringen outsider art genoemd. Deze term werd voor het eerst geponeerd door kunsthistoricus Roger Cardinal in 1972. Outsider Art is een algemene term om artiesten mee aan te duiden die niet specifieke trends of stijlen in de kunst volgen, maar hun eigen vormen en thema’s kiezen op basis van hun eigen fascinatie. Een ander kenmerk is dat deze artiesten geen kunstopleiding hebben gevolgd. Het is dus een zeer brede term die op veel kunstenaars van toepassing is. Vanaf de jaren zeventig werden er in Europa musea gewijd aan outsider art opgericht. Het eerste museum in Nederland was museum De Stadshof in Zwolle, geopend in 1994 en gesloten in 2000. In 2016 werd het Outsider Art Museum in de Hermitage in Amsterdam geopend in samenwerking met het Museum Dolhuys in Haarlem en zorginstelling Cordaan.

Sinds de jaren tachtig is er dus steeds meer aandacht gekomen voor de kunst van mensen met een verstandelijke beperking. Er is echter nog steeds ruimte voor verbetering. Het landelijk initiatief Kunst Inclusief publiceerde in 2010 het rapport Kansen in kunst. Kunst door mensen met speciale wensen, waarin wordt benadrukt dat de participatie van mensen met een beperking in het reguliere kunstcircuit achterloopt. Het rapport geeft de aanbeveling om zorginstellingen en centra voor de kunsten meer met elkaar te laten samenwerken.

De toekomst

Tim Stemmler, persoonlijk ondersteuner in het atelier van Abrona, vertelt dat de aandacht voor de dagbesteding binnen de zorg in golven verloopt. Op sommige momenten werden voorzieningen wegbezuinigd, zoals bijvoorbeeld het vervoer waardoor mensen uit de regio Utrecht niet meer naar hun vertrouwde dagbestedingsvorm konden komen. Tegelijkertijd merkt hij dat de laatste jaren de waardering voor dagbesteding juist weer toeneemt. Abrona heeft de zinvolle daginvulling hoog in het vaandel staan. “Wat hier gemaakt wordt is niet zomaar een beetje lijntjes inkleuren. Deze kunst is van een heel andere orde, hier werken mensen met een echt talent. Daarnaast merk je dat zo’n dagbesteding een positieve invloed heeft op iemands gehele dag.”  

Vincent van Gogh met één oor, door Johan van Schaik

Kunstatelier Abrona blijft ondertussen vernieuwen. Er zijn inmiddels veel meer mogelijkheden voor de artiesten om zich kunstzinnig uit te drukken naast het traditionele schilderij. Zo wordt er in de ateliers gewerkt aan servies, kaarsen, dekbedden, telefoonhoesjes en nog veel meer. Veel van deze producten kunnen worden gekocht in de winkel Bij Johannes in Zeist. Hier kunnen ook schilderijen op maat besteld worden en is er de mogelijkheid om schilderijen te lenen via een kunstuitleenabonnement. Tim vertelt dat ze ook begonnen zijn digitale kunst te introduceren. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om tekenen op een iPad of creatieve video-installaties met een projector. Er is al een artiest uit het atelier die hier mooie resultaten mee heeft behaald. Ook wordt er geëxperimenteerd met andere kunstvormen zoals graffiti-art en zeefdruk. De toekomst zal uitwijzen of de waardering voor de kunstateliers blijvend is. De kunstenaars van het schilderatelier zullen er in ieder geval nog vele bijzondere kunstwerken gaan maken en zien de toekomst positief tegemoet.

 

Met dank aan Johan van Schaik, Martin Luhulima en Tim Stemmler. Het boek Ik ben een artiest van Max Timmerman was voor dit artikel ook een waardevolle bron.

Door Hans Averdijk en Beau Thomas